Setup
Vereisten
.NET 10 SDK
JetBrains Rider (aanbevolen) of Visual Studio
Docker Desktop (voor Aspire lokale services)
Git
Solution
Overzicht
AutoMate heeft een centraal SLNX-bestand (AutoMate.slnx) waarin alle componenten zijn ondergebracht. De structuur:
API — Centraal API platform (FastEndpoints, Hangfire)
API Plugins — Loosely coupled extensies (AuditLog, Email, MsGraph)
Portals — Blazor web applicaties (Management Portal, Service Portal)
Feeds — Shared NuGet packages
Aspire — .NET Aspire orchestratie voor lokale ontwikkeling
Infrastructure — Bicep templates voor Azure deployment
Bouwen
Lokale ontwikkeling
Aspire starten
De snelste manier om lokaal te ontwikkelen is via .NET Aspire. Dit start automatisch:
SQL Server met alle databases
Seq voor logging
Azure Storage Emulator
AutoMate.API
Management Portal
Start het AutoMate.AppHost project via Rider (run configuration: AutoMate.AppHost).
Zie Aspire voor gedetailleerde configuratie.
Rider Run Configurations
Configuratie | Beschrijving |
|---|---|
AutoMate.AppHost | Aspire host — start alles lokaal |
AutoMate.API | Alleen de API (vereist eigen database setup) |
ManagementPortal.Website | Alleen het Management Portal |
Testen
User Secrets
De volgende secrets zijn vereist voor lokale ontwikkeling en mogen nooit in appsettings*.json worden opgeslagen.
Webhooks:InternalApiKey
Het Management Portal en de AutoMate.API authenticeren onderling via een gedeelde API-sleutel. Stel dezelfde waarde in voor beide projecten.
In productie/CI: stel de omgevingsvariabele Webhooks__InternalApiKey in of gebruik een Key Vault-referentie.